Diploma

De vakanties zijn weer voorbij. Ik weet nog hoe mijn schooltijd in Amstelveen begon. Vlak na mijn mavo-examen in juni 1972 moest ik mij op de Scholengemeenschap Snellius melden om me te laten inschrijven voor de havo. Ik werd begroet door een nogal korzelige decaan. “Waar is je diploma?” .“Dat heb ik niet bij me, meneer. Maar ik ben echt geslaagd hoor!” . “En dat moeten wij zomaar geloven?” sprak hij streng.

Er zat niets anders op dan de rit van huis naar school nogmaals te maken. Vloekend stapte ik op mijn fiets. Het ‘Snellius’ zat in een noodgebouw van maar één verdieping en stond aan de Startbaan. Middenhoven was er toen nog niet. Je had vanuit de zuidkant van het gebouw een uitzicht op weilanden met daarin de onvermijdelijke koetjes en kalfjes. Als de wind ‘verkeerd’ stond, en het daarnaast ook nog eens koud was, ontstond er zelfs met gesloten ramen een unieke cocktail in de lokalen: een mix van een landelijk parfum en de muffe geur die uit de roosters van de heteluchtverwarming kwam. Dat ‘eerste Snellius’ had echter één zeer sterk punt: er heerste een gezelligheid die ik op geen enkele andere school heb ervaren.  

Gym hadden we in sporthal ‘De Kemphaan’. Dat waren onvergetelijke gebeurtenissen. Een horde haantjes ‘kempte’ wat af om indruk te maken op de hennetjes. Nu heeft de natuur het zo bepaald dat in een schoolklas meisjes zich met name richten op de oudere jongens. Die zijn volwassener (of minder kinderlijk), en hebben uiteraard meer ‘levenservaring’. De jongste hanen moesten dus beteuterd toezien hoe de jongedames vooral oog hadden voor de ‘seniore’ zittenblijvers en stapelaars.    

Maar het zou allemaal beter worden. Twee jaar later, in 1974, zat ik inmiddels op het vwo en werd het nieuwe Snellius geopend. Het was voorzien alle moderne snufjes. Zo was het bijvoorbeeld van steen en had het een normale centrale verwarming. Daarbij was ik, als mavo-havo-vwo stapelaar, geen overjarige zittenblijver. Met daad, en helaas vooral raad, kon ik mijn ‘junior’ vrouwelijke klasgenoten in bijna alle aspecten van het leven bijstaan. 

Hoe mooi het ook allemaal was, het hoogtepunt bleef onveranderlijk de vrijdagmiddag. Na het laatste lesuur ging ik even langs CIGO. Ik was gek op strips en kon daar mijn hart ophalen. Dan had ik wat om naar uit te kijken na al dat vervelende huiswerk. Toch maakte ik braaf mijn lesjes (het was immers voor ‘later’). Dat ik na het zoveelste rijtje en weer een formule even lekker kon wegdromen in een stripverhaal sleepte mij erdoorheen. Ik maakte die strips ook zelf, maar omdat ik net zo goed kon tekenen als voetballen ben ik daar snel weer mee gestopt.

Het nieuwe Snellius is alweer gesloopt. Het heeft de veertig jaar niet eens gehaald. Van alle gebouwen waar ik les en gymnastiek heb gehad, bestaat alleen nog het mavo-gebouw in Aalsmeer (ofschoon het van binnen onherstelbaar is veranderd). Dat stemt mij droevig. Mijn schoolverleden is nu definitief, omdat er niets meer is om naar terug te keren.

Het grote parkeerplein waar vroeger de Kemphaan stond, en de nieuwe woonwijk, die enkele jaren geleden op het graf van het Snellius is neergezet, misschien waren die veranderingen wel nodig. In mijn ogen zijn het echter hoogstens gruwelijke verbeteringen. Dat is het nadeel van ouder worden, je blik wordt minder buigzaam. Was vroeger alles beter? Ja, ofschoon ik ook wel  weet dat het dan alleen uit strips en géén huiswerk had moeten bestaan.

Overigens verliet ik het Snellius zoals ik er kwam, zonder diploma. Bij de eindexamen-plechtigheid kreeg ik mijn slaagbewijs niet uitgereikt, omdat ik thuis nog een boek uit de schoolbibliotheek had staan …