Januari

Wie herinnert het zich niet, de eerste schooldag na de zomervakantie. Geen vrijheid meer, saai huiswerk, op tijd naar bed … Niemand zal deze dag met een goed humeur begonnen zijn. Voor mij was echter de eerste schooldag na de kerstvakantie het dieptepunt. De kerstboom de deur uit, niet meer lekker bij elkaar zitten, de laatste oliebollen genuttigd, alle vuurpijlen afgeschoten, de lichtjes gedimd …

Toch voelde het op maandag 7 januari 1974 anders dan normaal. Mijn school, het Snellius, lonkte. Ik had er echt zin in. Ik was namelijk in de herfst ernstig verliefd geworden op Francesca en vandaag zou ik haar weer zien! Ze kwam helemaal uit Amsterdam. Haar Italiaanse ouders, die daar een ijssalon hadden, vonden een school aan de rand van Amstelveen beter geschikt dan eentje midden in de stad. Een jong mens stond in Amsterdam maar bloot aan allerlei verleidingen. (Ze hadden eens moeten weten wat zich tijdens klassenavonden of in de ‘groene’ Amstelveense parkjes kon afspelen!)

Francesca had zwart en glanzend lang haar dat in de zon een zilveren schittering kreeg. Haar ogen waren groot en blauw en ze sprak, omdat ze op achtjarige leeftijd naar ons land was gekomen, met een schattig, licht Italiaans accent. Geen wonder dat mijn net- en trommelvliezen naar haar verlangden.

Maar wie ik ook zag die januarimorgen, geen Francesca. Ik had iets kunnen vermoeden. Ik had gedroomd dat ze ziek was, ze had griep. Wie schetste mijn verbazing toen Valerie, haar vriendin, vertelde dat Francesca daadwerkelijk door de influenza getroffen was.

“Weet je dat ik dat gedroomd heb?” zei ik tegen Valerie.

“Goh”, zei ze, dan ben je paranormaal begaafd. Je kan de toekomst voorspellen.”

“Ja, wie zal het zeggen.”

Francesca zou deze week niet meer op school komen en na het weekend was ze er nog steeds niet. Wéér had ik gedroomd dat ze ziek was. Ik had een dokter aan haar bed zien staan. Het bleek dat ze een lichte longontsteking had. Iedereen weet dat deze tweede ’voorspellende droom’ er een is met voorkennis. Daar had ik evenwel geen boodschap aan en gooide er nog maar eens een in de groep: “We krijgen dit jaar geen Elfstedentocht.” Ook dit getuigde niet echt van een zesde zintuig. Het weer was tijdens die tweede januariweek zó zacht dat er muggen boven de sloten dansten.             

Francesca werd gelukkig weer beter en het schooljaar ging richting examen. Francesca vond me aardig, en niet alleen omdat ik haar met scheikunde hielp. Op meer dan vriendschap mocht ik echter niet rekenen. Het was daarbij een schrale troost dat de andere heren van havo 5 ook geen kans op haar maakten.

Nog steeds zwaar teleurgesteld, terwijl ik toch geslaagd was, voorspelde ik tijdens de diploma-uitreiking dat het Nederlands elftal géén wereldkampioen zou worden. Dat werd me niet in dank afgenomen. Maar ach, een voorspelling? Opnieuw speelde hier flink wat voorkennis een rol. Veel Nederlandse sporters hadden het op beslissende momenten laten afweten, al waren er natuurlijk uitzonderingen. Ard en Kees, wat die allemaal niet hadden gewonnen, nota bene in januari!