Kerst

De kerst komt er weer aan. Dat hoort een prettige tijd te zijn. Maar wie zo genereus (lees: onverstandig) is zijn familie en vrienden uit te nodigen voor een kerstdiner, komt er al snel achter dat het ook minder prettig kan. Dat begint al met het plannen van zo’n diner.

Tegenwoordig kun je niet meer aankomen met drie gangen, zoals vroegere auto’s die hadden. In de één wegrijden, in de twee op snelheid komen en daarna voldaan in de drie lekker naar achteren geleund kruisen? Nee, de drie b’s (bouillon, biefstuk en bavarois) zijn volstrekt verleden tijd. Maar dan wordt het een heel gevogel om die zeven gangen rond te krijgen.

Vorig jaar zag ik in mijn stamsupermarkt een vrouw en een man nogal tobberig voor zich uitkijken bij al die etenswaren. “Zullen we kaas als tussengerecht serveren”, sprak de vrouw.

Toen ik dat hoorde, trok ik een vies gezicht en net op dat moment keek ze mijn kant op. “Toch maar niet doen?” vroeg ze aan me.

“Mevrouw, ik kan voor anderen niet spreken, maar ik vind kaas tijdens een diner een gruwel. Het zou sowieso uit de keuken verbannen moeten worden, net als olijven en kaviaar.”

“Oh, maar we wilden juist kaviaar in een koud voorgerecht verwerken”, kwam haar partner tussenbeide.

“Meneer, het is opnieuw slechts mijn mening, maar ik denk dat er iets beters verzonnen kan worden. En weet u wel wat die zwarte korrels tegenwoordig kosten? Vooral als er ook nog champagne bij gedronken moet worden.”

De man keek ineens zelfverzekerd en zei resoluut: “Dan gaan die kikkerbillen ook niet door.“

“Maar hoe moeten we het dán doen”, zei ze bijna wanhopig.

Ik wilde haar geruststellen: “Ach, zo moeilijk schijnt het allemaal niet te zijn. Je begint met een paté of salade, dan soep, vis, vlees, gebak, ijs en klaar ben je. Belangrijk is wel dat je je gasten niet te véél voorzet. Het zou bepaald niet gezellig overkomen als er een paar tijdens het schakelen naar de volgende gang ineens in de achteruit schieten.”

“Nee”, sprak de man zorgelijk, “dat moet je niet hebben …”

“Dus ook niet te veel wijn”, zei ik goedbedoeld. “Schenk de glazen niet te vol. Ze moeten voor de nazit nog wel van tafel kunnen opstaan en, wederom, niet zomaar ineens de neiging krijgen in de achteruit te floepen.”

De vrouw stond het huilen nu nader dan het lachen. “Ik weet het niet meer hoor. Waren we maar niet naar al die kerstdiners gegaan. Dan hadden we ze ook niet terug hoeven vragen”, sprak ze mismoedig.

“Tja”, zei ik, “waarom niet een fantastische pan stamppot maken en ze daarvan gedurende de avond vijf bordjes voorzetten met een ijsje toe. Dan heb je zomaar zes gangen.”

“Ja Mieke, laten we dat doen.” De man werd ineens heel enthousiast. “Goed idee van u.”

Ik haalde de geschiedenis er ook maar even bij. “Wat die stamppot betreft, bij de oermensen waren de vijf borden gewoon vijf knollen die ze uit de grond haalden en voor het toetje konden ze de vruchten uit de boom schudden.”

De vrouw keek bedenkelijk. “Wel wat vegetarisch”, zei ze.

Haar man had blijkbaar ook een sarcastische kant. “En als ze zin hadden in vlees, dan aten ze gewoon elkaar op”, grapte hij.

“Dat dessert”, zei de vrouw, “dat vindt men tegenwoordig heel belangrijk. Wat is uw favoriete dessert?”

“Rijstevlaai”, zei ik zonder na te hoeven denken, “dat is een ware traktatie. Verder moet u weten dat ik Kerstmis op dag één het liefst thuis in mijn eentje doorbreng. Ik heb ooit eens op die eerste kerstdag een complete rijstevlaai verorberd. Ik was de volgende dag uitgenodigd bij vrienden, maar heb dat vanwege een forse buikpijn moeten afzeggen. Overigens kon ik toch genieten van zeven gangen, naar het toilet.”