Communicatie platform

Verhalen van Theo

Theo is 62 en woont al 23 jaar in het Keizer Karelpark. Door fysieke beperkingen is hij niet in staat te werken. In de uurtjes dat hij zich wat beter voelt, schrijft hij. En dat gaat hij doen voor de wijkkrant en de digitale nieuwsbrief.

Theo’s specialismen zijn aforismen, gedichten en liedteksten. Verhalen schrijft hij ook, maar proza had niet in eerste instantie zijn voorkeur. Op het Snelliuslyceum waren zijn opstellen voorbeelden van hoe het niet moest. Zijn leraar Nederlands grapte ooit: “Het is maar goed dat je geen romanschrijver wilt worden.”

Van Theo zijn recent twee bundels met aforismen en gedichten uitgebracht.

De eerste bijdrage van Theo luidt:

Juli

Op een stralende julidag zat ik op een bankje in het Amsterdamse Bos. De man naast me keek net als ik geïntrigeerd naar drie spreeuwen in het gras. Twee ervan waren driftig in de weer met het zoeken naar wormen. De derde spreeuw deed echter niets anders dan z’n veren opzetten en heel snel met z’n vleugels trillen. Keer op keer kwamen de anderen hem een worm brengen.

“Kijk”, zei ik, “die mannetjesspreeuw heeft het mooi voor elkaar. Hij maakt zich breed, wappert een beetje dreigend met zijn vleugels en de dames brengen hem alle wormen die hij zich wenst.”

“Oh, maar dat begrijpt u toch verkeerd”, sprak mijn buurman. “Dat zogenaamde mannetje is een jong en die andere spreeuwen zijn z’n ouders. Die bevende vleugeltjes en wijd uitstaande veren wekken hun zorginstinct op. Maar lang zal dat niet meer duren. Binnen een paar weken zal hij zelf eten moeten gaan zoeken.” “Goh”, zei ik alleen maar.

Verderop bevonden zich twee hondjes op in totaal slechts zes pootjes, het was tenslotte juli. Het hondje dat op twee pootjes stond, beet af en toe in de nek van het andere hondje.

Mijn buurman mocht dan verstand van vogels hebben, kijk op honden had hij niet. “Het is een beetje onhandig van die ene om de vlooien op zo’n manier uit die ander z’n nek te halen, vindt u ook niet?”

Intussen prikkelden de spreeuwen het jachtinstinct van het hondje dat op vier pootjes stond. Het kreeg ineens genoeg van het vlooien en vloog op het spreeuwengezin af. Het andere hondje liep naar mijn buurman. Die mopperde alleen maar: “Ga weg, ik heb geen vlooien.”